Hanoi had ons al dagen aangekondigd dat het anders zou worden en we dachten net dat we Viëtnam kende. We hadden geleerd dat een simpele lunch soms uit zes gerechten bestaat. We ontdekten dat Vietnamezen een talent hebben om met een scooter letterlijk alles te vervoeren. En we konden zelfs al bedragen in Vietnamese dong omrekenen zonder een rekenmachine boven te halen.
Maar Hanoi was anders. Hanoi zou druk zijn. Chaotisch. Overweldigend. Dat merkten we al voor we uit de minibus stapten.
Een stad op twee wielen
Onze chauffeur besloot namelijk via de Old Quarter naar het hotel te rijden. Al snel zaten we met onze neus tegen het raam geplakt. Overal scooters. Honderden. Ze kwamen uit alle richtingen tegelijk. Soms kwamen ze zelfs zijstraatjes waarvan wij niet eens wisten dat ze bestonden. Voetgangers laveerden ertussen door. Handelaars duwden karren voort. Op papier leek het complete anarchie.En toch botste bijna niemand.
Toen we uiteindelijk in ons hotel aankwamen, werden we hartelijk ontvangen. Het hotel was een oase van rust midden in de chaos. Mooie kamers, een zwembad op het dak en vriendelijke medewerkers. Maar lang bleven we er niet. We wilden Hanoi zien.
De eerste echte uitdaging
Een kwartiertje later stonden we voor onze eerste echte uitdaging. Een straat oversteken. Niet een gewone straat. Een Hanoi-straat. Voor ons reed een onophoudelijke stroom scooters voorbij. Geen verkeerslichten. Geen zebrapad dat gerespecteerd werd. Geen moment waarop het verkeer spontaan stopte. Gewoon een voortdurende beweging.
In het hotel hadden ze ons gelukkig al voorbereid.
- “Niet panikeren,” kregen we mee.
- “Niet plots stoppen.”
- “Niet achteruit lopen.”
- “Gewoon oversteken.”
Makkelijk gezegd.
Daar stonden we dan. Met twee kinderen. Voor een muur van scooters die geen enkele intentie leek te hebben om te stoppen.
Ik keek naar links. Naar rechts. Nog eens naar links. Alsof dat iets ging veranderen.
Vertrouwen op de stroom
Toen zetten we de eerste stap. En nog één. En nog één. De scooters bleven rijden. Ze weken langs ons uit. Voor ons. Achter ons. Soms op amper enkele tientallen centimeters afstand. Je verstand schreeuwt ‘STOP’, maar dat mocht net niet. Dus bleven we wandelen op een rustig, voorspelbaar tempo. En enkele seconden later stonden we aan de overkant. Levend.
We keken elkaar verbaasd aan. Was dat het? Blijkbaar wel.
Achter de schijnbare chaos
De volgende straat ging al iets makkelijker. En de straat daarna ook. Langzaam begonnen we het systeem te begrijpen. Althans, zo voelde het. Voor de locals zagen we er waarschijnlijk nog steeds uit als toeristen die elk moment in paniek konden uitbreken.
Het geheim van Hanoi is dat er eigenlijk geen chaos is. Het lijkt alleen zo voor buitenstaanders. Iedereen beweegt voortdurend, maar iedereen houdt ook rekening met de beweging van de anderen. Wie plots stopt, veroorzaakt problemen. Wie rustig meebeweegt, geraakt erdoor.
Tijdens onze dagen in Hanoi staken we tientallen straten over. Tegen het einde van ons verblijf liepen we haast achteloos tussen de scooters door. Iets wat op dag één compleet ondenkbaar leek. En misschien is dat wel wat reizen zo bijzonder maakt. Op voorhand denk je vaak dat je obstakels zult moeten overwinnen. Dat onbekende situaties spannend of zelfs een beetje beangstigend zullen zijn. Maar meestal ontdek je dat achter die eerste onzekerheid gewoon een andere manier van leven schuilgaat. Hanoi heeft ons geleerd dat niet alles volgens onze eigen regels hoeft te verlopen om toch te werken.
Soms moet je gewoon een eerste stap zetten.En blijven wandelen.