September 11, 2026

Zes uur lang het Canada van de postkaarten

Het Canada uit onze verbeelding

Sommige activiteiten boek je omdat ze leuk lijken. Andere omdat je het gevoel hebt dat je iets gaat meemaken dat bij een bestemming hoort. Onze kanotocht in Algonquin Provincial Park behoorde zonder twijfel tot die tweede categorie. Als er één beeld is dat we vooraf met Canada associeerden, dan was het een kano op een spiegelglad meer, omringd door bossen die zich uitstrekken tot aan de horizon. Geen verkeer. Geen gebouwen. Alleen water, bomen en stilte.

De verwachtingen waren dus hoog. Misschien iets té hoog. De dag begint alvast goed. Voor het eerst deze reis slapen Amke en Janne niet samen in één bed. Toeval of niet, ze slapen allebei langer dan anders. Dat komt goed uit, want vandaag wacht een tocht van zes uur op het water.

Een stevig ontbijt met spek en eieren moet ons de nodige energie bezorgen. Alleen heeft onze dampkap daar andere ideeën over. Nog voor we aan tafel kunnen gaan, loeit het brandalarm door het huis. Geen betere manier om een rustige ochtend in de Canadese natuur te beginnen.

Een uurtje later staan we aan Canoe Lake. Onze gids stelt zich voor en legt uit hoe de dag zal verlopen. Daarna krijgen we meteen een peddel en gaan we kniediep het meer in voor een spoedcursus kanoën. Vooral de beroemde J-stroke blijkt belangrijk. Die techniek zorgt ervoor dat een kano netjes rechtdoor blijft varen. Als oudste van de familie krijg ik die taak toevertrouwd.

Startpunt aan Lake Canoe. Klaar voor een hele dag op het meer!

In theorie klinkt het sturen eenvoudig. In de praktijk dobberen we de eerste minuten doelloos rond. De gids kijkt gelukkig niet verrast. Vermoedelijk heeft hij dit al vaker meegemaakt. Langzaam krijgen we de techniek onder de knie. Toch probeer ik de volgende minuten gewoon zo waardig mogelijk te doen alsof ik exact weet wat ik aan het doen ben. Maar na een tijdje lukt dat zelfs echt.

Het ritme van het water

De kano glijdt steeds makkelijker door het water. Het lawaai van de parkeerplaats verdwijnt. De drukte verdwijnt. Zelfs gesprekken worden schaarser. Alleen de voorhoede van onze kano heeft nog niet zoveel vertrouwen in mijn stuurkunsten en roept geregeld ‘links’ of ‘rechts’. Het vertrouwen groeit echter steeds meer en iedereen begint te genieten. Alsof het landschap daarom vraagt. Hoe verder we varen, hoe mooier Algonquin wordt.

We hebben de techniek al goed onder de knie.

De meren lijken eindeloos. Af en toe horen we enkel het zachte ritme van de peddels die door het water snijden. Voor het eerst begrijpen we waarom kano’s zo sterk verbonden zijn met Canada. Dit is geen activiteit. Dit is de manier waarop je deze omgeving beleeft.

Een echte Canadese portage

Halverwege wacht een van de meest Canadese momenten van de dag.

Een portage.

Onze gids legt uit dat de oorspronkelijke voyageurs vroeger op deze manier tussen verschillende meren reisden. Wanneer het water ophield, droegen ze hun kano gewoon verder over land. Plots wordt een kano niet langer een ontspannende boottocht. Plots wordt het bagage. En niet bepaald lichte bagage.

Voor ik goed besef wat er gebeurt, wordt de kano op mijn schouders gelegd. Daar staan we dan. Midden in een bos. Met een kano boven ons hoofd. Even voelen we ons geen toeristen meer, maar ontdekkingsreizigers die een nieuwe route proberen te openen door de Canadese wildernis. Dat gevoel duurt ongeveer drie minuten. Daarna voel ik vooral mijn schouders. An vraagt nog “is het niet te zwaar?”. “Valt mee,” antwoord ik.

Een portage: de kano wordt gekanteld om naar een ander meer te gaan.

Op het volgende meer wacht gelukkig de beloning. Een klein eiland vormt de perfecte lunchplek. We eten onze sandwiches, genieten van de rust en luisteren naar de verhalen van onze gids. Niemand heeft haast. Niemand kijkt naar de klok.

De perfecte afsluiter

Later op de dag volgt nog een verfrissende zwemstop. Het water is fris. Canadees fris. Onze gids brengt ons naar een klif. Die lijkt best wel hoog, maar dat houdt Amke niet tegen. Integendeel. Voor we het weten springt ze van de rotsen het meer in. Nog eens. En nog eens. En nog eens. Na vier sprongen mag ze zichzelf zonder discussie uitroepen tot cliffjump-kampioen van de dag.

Cliff jumping!

Wij genieten ondertussen van een moment waarop alles lijkt te kloppen. Zon. Water. Rotsen. Bos. En een gezin dat samen herinneringen maakt.

Wanneer we uiteindelijk opnieuw richting Canoe Lake peddelen, voelen onze armen elke kilometer een beetje zwaarder. Alsof dat nog niet voldoende is, wacht er nog een laatste portage. De kano belandt opnieuw op mijn schouders. Deze keer voelt hij opvallend zwaarder dan enkele uren geleden. Maar klagen doe ik niet. Diep vanbinnen weet ik allemaal dat dit een van die dagen is die nog lang zal blijven hangen.

Terug aan het vertrek wacht nog één laatste traditie. Een ijsje. Volgens Janne hebben we dat verdiend. Niemand waagt het om haar tegen te spreken. Al blijkt een Canadese bol ijs opnieuw iets anders te betekenen dan een Belgische bol ijs. Wij bestellen elk één bol. De verkoper serveert zonder verpinken een halve diepvriesbak. Ook dat hoort blijkbaar bij Canada. Na zes uur kanoën smaakte dat misschien nog het best van allemaal.

Welke activiteit heeft jou ooit het gevoel gegeven: “Ja, hiervoor ben ik naar dit land gekomen”?

Het betere Canada gevoel

Leave a comment